Ik krijg een melding dat het vliegtuig een half uur eerder landt. Ik gooi mijn auto in een parkeervak en loop snel richting de aankomsthallen op Schiphol. Met één blik op de beeldschermen probeer ik te ontdekken in welke aankomsthal mijn vriend aankomt.
Plotseling verschijnt daar Isis. Ze overvalt me, stopt een cadeautje in mijn handen en begint meteen te ratelen over de VriendenLoterij. Terwijl ik nog steeds probeer de vlucht van mijn vriend te vinden, ratelt zij door over mijn gegevens. Iets met een gratis lot, dat ik niets hoef te doen om het op te zeggen, en dat ik een miljoen kan winnen. Ik hoor flarden, want na zo’n drukke dag op het werk, de spits overleven en naar Schiphol rijden, had ik hier écht geen zin in. Het is niet netjes van de VriendenLoterij om op die manier zieltjes te winnen.
Je wilt geen gesprek aangaan, je wilt gewoon degene ophalen die je komt halen. Dus al snel klik je op ja-ja-ja, oké, dikke doei — ik zoek de rest later wel uit.
Maar die rest? Dat kostte me een uur om alles op te zeggen, want het was niet zo makkelijk als Isis beloofde.
Nadat ik eindelijk onder lichte dwang overal akkoord op had gegeven, kon ik verder lopen naar Arrival 1, waar mijn vriend net door de deur kwam. Met een bittere nasmaak van de VriendenLoterij liepen we samen terug naar mijn auto. In mijn ooghoek zag ik Isis alweer nieuwe slachtoffers aanvallen.
Ik snap dat ook de VriendenLoterij aan marketing doet, maar míjn marketingactie zou het niet zijn geweest. Want een vriend van de VriendenLoterij? Dat zal ik nooit worden!