In het Vasamuseum staat de Vasa tentoongesteld, het schip dat kapseisde en zonk in 1628 tijdens zijn eerste tocht in Stockholm. Na 333 jaar werd het enorme oorlogsschip geborgen. De Vasa is een van de best geconserveerde zeventiende-eeuwse schepen ter wereld.
Het viel me direct op hoe gedetailleerd de versieringen op dit schip zijn uitgekerfd. Wat een werk moet dat geweest zijn. Net zoals in het museum zette het me weer aan het denken over mijn eigen werk: hoe snel alles af moet en hoe snel we worden ingehaald door robots.
Na het Vasamuseum wandelden we langs het water naar het Wrakkenmuseum. Persoonlijk vond ik dit het minst interessante museum. Alles was digitaal, 3D of met video gemaakt. Omdat alle musea dicht bij elkaar lagen, liepen we door naar het ABBA-museum. Nadat we de entreeprijs zagen, besloten we dat een foto met ABBA erop ook maar moest volstaan.
Ondertussen was het alweer drie uur en tijd voor een kop thee. Naast het ABBA-museum zat een ontzettend leuk theehuisje, waar we genoten van een kop thee en een biskvi. We besloten om met het openbaar vervoer terug naar het hotel te gaan: eerst als sardientjes in de tram, daarna met de metro en als laatste met de bus.
Waar heb je dan nog zin in na zo’n hele dag slenteren? Toch heeft het ook wel z’n charme om “gewone” dingen te doen in plaats van de toerist uit te hangen. Doordat we zo vaak moesten overstappen, stonden we ineens voor een kerk die open was, waar een optreden werd gegeven. De kerk had schitterende schilderingen en dat, samen met de serene sfeer en de bijzondere muziek, zorgde voor een moment van uitademen, ontspannen en alles loslaten.
Alhoewel Stockholm ons mooie plekken heeft laten zien, kan ik niet wachten om morgen de stad te verlaten en meer richting de natuur te gaan.