Na de nacht te hebben doorgebracht in stapelbedden was het tijd om door te reizen. Mijn reisgenoot wilde heel enthousiast naar Göteborg rijden. Ik? Not so much. Na het hectische jaar dat ik achter de rug had, wilde ik gewoon rust. Het kostte wat overredingskracht, maar uiteindelijk kreeg ik wat ik wilde: een cabin in het bos. We vertrokken onder een blauwe lucht, maar al snel veranderde het weer in regen en grijze luchten.

Hoe dichter we bij het huisje kwamen, hoe smaller de weg werd, tot we uiteindelijk uitkwamen op een klein landweggetje. Ik kon mijn ogen niet geloven, dit was perfect. Een huisje midden in het bos, geen auto’s, vliegtuigen, scooters of schreeuwende buren. Enkel de wind en hier en daar een vogel.

Twee nachten bleven we in dit heerlijke huis, waar ik het liefst nog een hele maand was gebleven. Maar de plicht riep, en op donderdagochtend pakten we alles in om in vijf uur terug te rijden naar het vliegveld.

Terwijl ik de hele dag paniekberichten binnenkreeg over de vreselijke storm Benjamin, zei onze piloot dat we slechts ietwat vertraging hadden door een “briesje” in Nederland. De vlucht naar huis was dan ook helemaal niet zo dramatisch als we gedacht hadden, ook de landing verliep perfect.

Het Zweden-avontuur zat er helaas op. Of ik hier daadwerkelijk ooit een huis zal kopen? Wie weet, het kan nog alle kanten op gaan!