“Thank God it’s Friday” lees ik als ik een korte pauze neem en door mijn social media scroll. Ik heb dat gevoel niet. Voor mij zijn alle dagen hetzelfde. Het enige verschil is dat het op zaterdag en zondag iets minder druk is met verkeer onder mijn slaapkamerraam, maar daarentegen juist meer schreeuwers en toeteraars om drie uur ’s nachts. Verder werk ik ook vaak op zaterdag of zondag. Ik woon samen met mijn kat; niemand die zeurt over mijn werktijden. Als hij zijn eten maar op tijd krijgt, kan het hem niets schelen.

Terwijl ik rustig verder scroll, doet mijn kat een perfecte impressie van Roadrunner. Hij sjeest heen en weer door de kamer. Ik zie van alles wegschieten. Mijn dochter noemt het “de zoomies”. Zijn speelgoedmuizen vliegen door de lucht, ballen denderen door de kamer, en stoelen en banken zijn niet veilig.

“Wat ben je druk, Kippie,” merk ik onnodig op. Hij kijkt me strak aan. Betekent dit dat ik snoepjes krijg? Normaal slaapt hij de hele dag en wordt pas rond drie uur ’s middags wakker. Maar vannacht heeft hij de hele nacht binnen geslapen. En niet alleen dat, hij werd ook nog eens geïrriteerd wakker door het bekende kattenkoor onder mijn slaapkamerraam (ja ja, het is altijd een drukke bedoening daar).

Kippie was altijd de vriendelijkste kat van de buurt. Hij nam vaak buurtkatten mee naar huis, wees ze zijn etensbakje aan en liet ze het huis zien. “Kippie is a lover, not a fighter,” grapte ik altijd. Totdat hij ineens een wondje aan zijn staart had.

De dierenarts zei dat het een vechtwond was. “Mijn Kippie? Nee, die vecht nooit.”
Maar ik had het mis. Sinds de zwarte kat in de buurt is komen wonen, was er ruzie. Eerst werd Kippie steeds aangevallen. Totdat hij het zat was en zelf de aanval inzette. De wondjes verschoven van zijn staart naar zijn kop, wat betekende dat hij van verliezer naar winnaar ging.

Als hij ’s nachts buiten was, hoorde ik hem vaak woest briesen. Maar niet afgelopen nacht. Toen wilde hij lekker binnen slapen, en dat vond ik prima. Totdat hij halverwege de nacht wakker werd van het kattengegil. Geïrriteerd ging hij voor het raam zitten. Slapen lukte niet meer. Bij allebei niet en dus ligt zijn ritme aan gruzelementen. Uit frustratie heeft hij nu de zoomies. “Nou, zo voel ik me dus ook als je me ’s nachts weer eens wakker brult,” zeg ik tegen hem. Hij kijkt me boos aan, sjachrijnig vliegt hij naar boven. En ik? Ik ga weer verder met mijn werk.