De opgebouwde spanning naar het festival toe verandert langzaam in een mengeling van opluchting, melancholie en trots — trots dat we dit samen hebben gedaan.
Iedereen heeft het op zijn of haar eigen manier ervaren. Toen ik me begin dit jaar enthousiast inschreef voor het festival, leek het me een geweldig idee om mee te doen: boekverkoop gecombineerd met netwerken — ideaal voor mij.
Ik ken mezelf: ik maak met liefde en passie boeken, maar verkopen zit gewoon niet in mijn bloed. Dus deze combinatie leek perfect. Totdat de datum steeds dichterbij kwam.
Online leerde ik de andere auteurs kennen en het begon te kriebelen. Ik moest iets gaan voorbereiden, maar had geen idee hoe. Wat moest ik meenemen, wat niet?
Ik had de leukste ideeën voor promotiemateriaal, maar geen tijd meer om ze uit te voeren.
In de laatste week mompelde ik dagelijks — of beter gezegd, mopperde ik — waarom ik me in vredesnaam had opgegeven.
En toen was het 1 november. De koffer met boeken was gepakt, samen met een tafelkleed, visitekaartjes, boekenleggers en door mijn zoon mooi uitgeprinte boekenstandaards.
Was ik er klaar voor? Absoluut niet. Adem positiviteit in. Blaas negativiteit uit.
En zo liep ik wat onzeker de grote ophaalbrug over, door de poort, lachend op de rode loper voor het fotomoment, op zoek naar de ridderkamer waar mijn tafel zou staan.
Het viel me meteen op hoe donker de kamer was, en koud — maar ook rustig. De ridderkamer, ooit gebruikt als schrijfkamer, had een bepaalde serene sfeer die prettig aanvoelde.
De vier auteurs die hun tafeltje al hadden ingericht, begroetten me vriendelijk. Ik had niet lang nodig om alles neer te zetten op het — eigenlijk te kleine — tafeltje.
Ik was er klaar voor (not)... en het feest kon beginnen!
Vergeleken met de andere ruimtes waar ik even doorheen liep, was onze kamer rustig en intiem. Het was niet druk met verkoop, dus we hadden alle tijd om elkaar te leren kennen. En wat was ik blij met mijn geweldige buurvrouw! Met haar grappige, soms chaotische ADHD-energie sleepte ze me erdoorheen. Niet alleen haar humor, maar ook de mooie gesprekken die we hadden, maakten indruk. Haar poëzievoordrachten waren bijzonder en raakten diep.
De eerste dag was uitputtend lang, en ik besloot niet tot het einde te blijven. De tweede dag kwam ik met goede moed terug. Het ging zoveel makkelijker. Ik wist wat ik kon verwachten, en al snel had ik het ene na het andere gesprek. Voor ik het wist, was ook deze dag voorbij.
Met al deze nieuwe contacten in mijn broekzak, werd de koffer weer ingepakt en dikke knuffels uitgedeeld. Als ik trots de kasteelpoorten uitloop, zie ik een schitterende regenboog tegen een donkere lucht. Ik glimlach en heel even denk ik aan mijn vader. Zou hij van bovenaf hebben meegekeken, een beetje trots op me zijn geweest?
Ga ik dit volgend jaar opnieuw doen? Ik moet er nog even over nadenken.
Voor nu mogen de boeken weer terug in de kast, en ga ik verder aan het werk voor al die andere lieve auteurs die hun eigen boek nog willen uitgeven.

