
Vorige week had ik een Zoomgesprek over een nieuw prentenboek. De auteur vertelde over het boek, waar het verhaal vandaan kwam en hoe nauw het hele project hem aan het hart lag. Iets wat ik overigens van vrijwel elke auteur hoor. Een boek maken is een project waar je je hart en ziel in legt.
Hij vertelde dat hij al een jaar op zoek was naar een illustrator, maar nog niemand had gevonden met wie hij verder wilde. Hoe is het mogelijk, dacht ik bij mezelf. Is het internet niet overspoeld met scribbelende en doodlende creatievelingen? Hij had op Fiverr gezocht en briefjes opgehangen op scholen en universiteiten.
Uiteindelijk vond hij mij via de website van SCBWI, een organisatie voor auteurs en illustratoren van kinderboeken.
‘En hoe nu verder?’ vroeg hij.
Dus ik begon te ratelen. Over zijn opties, het uitgeefproces, drukwerk, het illustratie- en opmaaktraject en de mogelijkheden om zijn boek bij bibliotheken onder de aandacht te brengen. Maar ook over zijn manuscript en wat hij zou kunnen verbeteren om het verhaal spannender te maken. Hij zat met zijn oren te klapperen en maakte rap aantekeningen.
Ik besefte dat ik hem wel erg veel informatie tegelijk gaf en verontschuldigde me daarvoor.
‘Nee, nee, dit is goed! Dit miste ik bij de andere illustratoren.’ riep hij.
Op dat moment had hij zijn besluit genomen. Hij wilde absoluut met mij aan de slag om dit boek te publiceren.
En dat is nou net het verschil tussen scribbelen en doodelen en de auteur bij de hand nemen en door het hele proces heen slepen.
Wil je meer weten? Neem dan vrijbljvend contact op!