Meike-vers of meikevers?
Toen ik in de vierde klas een stukje moest voorlezen voor de klas, was dat al eng genoeg. Het was uit het boekje Pim, Frits en Ida van Godfried Bomans. Welk deel uit de serie het precies was, weet ik niet meer, maar ik weet nog wel dat ik enorm mijn best deed om mijn zachte piepstemmetje hoorbaar te maken in de klas.
Ik had het ritme lekker te pakken. Ik was goed te horen. Maar toen kwam die afbreking: Meike- en op de volgende regel vers.
Ik dacht nog: wat zijn meike-vers?
Totaal confuus stopte ik met lezen, keek op en hoorde de leraar geïrriteerd roepen: “MEIKEVERS.”
“Aah, now it all makes sense.” Om maar eens een M&M te quoten.
Ik ben het nooit meer vergeten. En precies daarom let ik elke keer als ik een boek opmaak op rare afbrekingen. Want daarmee staat of valt de leesbeleving van de lezer.