“Is het niet vreselijk saai en ben je nooit bang als je alleen reist?” Het wordt me wel vaker gevraagd en mijn antwoord is eigenlijk altijd hetzelfde geweest: ik vind het fijner om alleen te reizen dan samen met iemand anders. Als je alleen reist, hoef je met niemand rekening te houden. Vorig jaar reisde ik met mijn kinderen plus aanhang naar Phoenix en wat een opgave was dat voor mij. Maar als je alleen reist, maken medepassagiers ook eerder een praatje met je. En dat levert altijd weer bijzondere verhalen op. Twee levens die elkaar even aanraken op een vliegveld en daarna weer los van elkaar doorgaan. We hoeven geen socials uit te wisselen, geen telefoonnummers. We wisselen aandacht en verhalen uit en reizen dan weer verder.

Deze keer had ik een middagvlucht naar Phoenix geboekt. Normaal vloog ik altijd ’s ochtends, omdat ik dan weer op tijd in Phoenix zou zijn. Maar dat ging ten koste van twee nachten in plaats van één. Dus nu zat ik na een goede nachtrust om half één op Schiphol bij mijn gate te wachten. Met een flinke kop thee in mijn hand vloog ik nog even door mijn mail en beantwoordde ik wat berichten. In mijn ooghoek zie ik een man gestrest zoeken naar een oplaadpunt, maar niks werkt. Ik heb altijd opladers in mijn handbagage, dus ik vroeg hem of hij de mijne misschien wilde gebruiken. Dankbaar nam hij het aanbod aan.

“Waar vlieg je heen vandaag?” vroeg ik hem.
“Lagos,” antwoordde hij.

Ik weet niet waarom, maar ik was verbaasd over dat antwoord. Misschien omdat Lagos, Nigeria vaak het epicentrum van scammers lijkt te zijn. Hij vertelde dat hij in Duitsland woonde, maar nu terug moest voor familie. We praatten wat over vliegen, familie, het weer en verkeer in Phoenix en in Lagos.

Ineens kreeg hij een berichtje van zijn broer op zijn telefoon. Het was een filmpje van een gigantisch billboard waarop zijn moeder stond afgebeeld. Hij liet het me zien terwijl hij vol schoot.
“Wow, indrukwekkend,” zei ik oprecht. Misschien voelde hij daardoor dat hij dit met mij kon delen.
“Mijn moeder is plotseling overleden. Daarom reis ik nu terug naar Lagos. Voor haar begrafenis.”

“I’m so sorry for your loss,” zeg ik gemeend en denk meteen terug aan de dag dat ik mijn vader verloor. Ik vraag of het plotseling was, of dat ze ziek was.
“Het was plotseling. Ze was mijn beste vriendin,” snikte hij. “Ik kan niet geloven dat ze er niet meer is. Ze was zo’n sterke vrouw. Ze reisde de hele wereld over, had haar eigen bedrijf, betaalde alles zelf.”

Samen zitten we even in stilte op het bankje, terwijl de telefoon tussen ons in langzaam oplaadt. Dan vertel ik hem over het verlies van mijn vader. Zoals ik zijn verdriet voelde, voelde hij mijn verdriet. Hij kijkt me aan en terwijl hij zich verontschuldigt voor zijn tranen, gaat hij verder:
“Ik weet niet eens wat ik tegen haar moet zeggen als ik daar ben.” Ik snap het. Wat kun je nog zeggen? Ik vertel hem hoe ik mijn verlies heb ervaren. Hoe wij hier in Nederland mensen thuis opbaren zodat we een week lang afscheid kunnen nemen. Ik vertelde hem dat ik één bloem van het bloemstuk bij mijn vader in de kist heb gelegd, en één bloem zelf heb meegenomen om te drogen. Dat was mijn manier om met hem verbonden te blijven.  “Spreek vanuit je hart. Ik geloof dat de mensen van wie we houden altijd over onze schouder mee blijven kijken. Vier haar leven, en huil niet alleen om die ene dag dat ze er ineens niet meer was. Ze klinkt als een bijzondere, geweldige en krachtige vrouw. Doe haar eer aan en denk dáár aan terug. Niet aan de dag dat ze haar laatste adem uitblies.”

De tranen rollen nu echt over zijn wangen. Eigenlijk wil ik hem een warme knuffel geven, maar ik twijfel of dat wel oké is en besluit het niet te doen. Dan horen we dat zijn vlucht al aan het boarden is. Zijn vlucht naar Lagos vertrekt dertig minuten eerder dan mijn vlucht naar Detroit. Als allebei zijn telefoons weer enigszins zijn opgeladen, moet hij naar zijn gate om aan boord te gaan.

“My name is Kinsley,” zegt hij. “Thank you so much for your help and your kind words.” Glimlachend vertel ik hem mijn naam en zeg dat het een kleine moeite was. Ik wens hem sterkte op zijn vlucht naar huis en voor de tijd die gaat komen.

“I hope one day we will run into each other again.” En met die laatste woorden loopt hij naar zijn gate, op weg naar de laatste ontmoeting met zijn moeder.
“Remember to celebrate her life!” roep ik hem nog na en loop dan zelf ook naar mijn gate. Terwijl ik in de schuifelende rij sta om te boarden bedenk ik me, hoe ik mijn vriend in Phoenix kan helpen na het zware motorongeluk waarbij hij hersenletsel heeft opgelopen. Twee levens raken elkaar op een vliegveld. Allebei met een verhaal. Om vervolgens weer, als twee schepen in de nacht, allebei een andere kant op te gaan. Zijn verhaal raakte me en zal de komende dagen nog meerdere malen in mijn gedachte zijn. Hoe hij zijn familie ontmoet, afscheid moet nemen van zijn moeder en daarna weer terug moet reizen naar huis.

Niet veel later zit ik tijdens mijn vlucht naar Detroit naast een oudere man die op weg is naar Chicago. Ook zijn telefoon is nagenoeg leeg. Ik trek mijn charger weer uit mijn tas, plug zijn telefoon in, en we beginnen te praten…