“Dus dan komt het totaal op 10.000 dollar uit?”

Ik kreeg die vraag van een auteur met wie ik al een aantal mails had uitgewisseld. Daarna hadden we een Zoom-meeting gehad en had ik via de mail nog meer vragen beantwoord.
Ze had haar eerste boek uitgegeven met AI-illustraties, waardoor ze in de kinderboekenwereld uitgejouwd werd en niet serieus werd genomen. Ze wilde het met haar tweede boek anders doen en daarvoor een illustrator inhuren. Maar de met AI gemaakte illustraties waren zo extreem gedetailleerd dat ik niet kon beloven dat ik in diezelfde stijl kon werken. Gedetailleerd werken betekent ook veel meer uren. Toch wilde ik haar op weg helpen en besloot ik dezelfde illustratieprijs te hanteren.

Ik wist niet hoeveel illustraties zij wilde, dus ze deed zelf de rekensom en kwam uit op 10.000 dollar.

Dat waren dan een hoop illustraties, dacht ik bij mezelf. Hoewel ik met alle liefde 10.000 dollar omzet zou willen draaien, wil ik dat niet doen als ik daarvoor over lijken moet gaan. Dus legde ik haar eerlijk uit dat het maken van de illustraties gewoon heel veel tijd kost en dat ik begrijp dat het veel geld is.

Om haar toch aan handgemaakte illustraties te helpen, verwees ik haar naar illustratoren in landen waar het leven wat goedkoper is. Daar kunnen ze haar vast beter helpen tegen een tarief dat binnen haar budget past.

En ik? Ik hoef me niet schuldig te voelen, want ik probeer niet koste wat het kost geld binnen te slepen. Zo zit ik gewoon niet in elkaar.